Rouveense kaasfabriek onderscheidt zich met guacamolekaas en zwarte kaas

Rouveense kaasfabriek onderscheidt zich met guacamolekaas en zwarte kaas

Weleens gehoord van guacamolekaas? Of zwarte kaas? Of kaas met aardbei of lavendel? Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt in Rouveen gemaakt. Rouveen kaasspecialiteiten is, zoals de naam doet vermoeden,  gespecialiseerd op het gebied van kaas. Dagelijks zijn ze in Rouveen bezig met het ontwikkelen en optimaliseren van bijzondere kazen en daarnaast werken ze ook aan een duurzaam landbouwprogramma.

Rond 1900 schieten overal kleine coöperaties uit de grond. In Rouveen staan op dat moment drie melkfabrieken, ‘Helpt Elkaar’, ‘De Vlijt’ en de particuliere fabriek van Kingma. Toch is er een groep boeren die niet bij één van die drie fabrieken aangesloten is. Zij verwerken thuis hun melk tot boter. Deze 45 boeren, met samen ongeveer 200 koeien, besluiten in 1905 samen een boterfabriek op te richten met als naam ‘De Kleine Winst’. De boter die ze hier maken, wordt verkocht op de markt in Meppel.

Deze fabriek is na meer dan honderd jaar de enige zuivelfabriek in Rouveen die nog draait en draagt tegenwoordig de naam ‘Rouveen Kaasspsecialiteiten’. De 45 leden zijn uitgegroeid tot 260 leden-melkveehouders die samen goed zijn voor 200 miljoen liter melk. Directeur van de coöperatie Klaas Hokse vertelt dat deze 200 miljoen liter onder te verdelen is in 31 soorten melk. “Koe-, geit- en schapenmelk, deze hebben alle 3 ook een biologische variant en buffel- en Halalmelk om er een aantal te noemen. Daarnaast hebben wij bijvoorbeeld Boer Bart-kaas. Deze kaas wordt gemaakt van melk afkomstig van de boerderij van boer Bart uit Friesland.”

De Rouveense kaasfabriek onderscheidt zich van andere zuivelverwerkers door hun deskundigheid op het gebied van kaas. Ze focussen zich op specialiteitenkaas en biologische kaas omdat daar hun expertise ligt. Hokse vertelt dat dat typisch is voor mensen uit de omgeving van Rouveen. “Dit ondernemerschap zagen we vroeger al in Rouveen en Staphorst. Ondernemers hier uit de omgeving laten zich niet zo makkelijk leiden. Wanneer iedereen links gaat, zijn zij niet bang om rechts te gaan. Bedrijven hier specialiseren zich in waar ze echt goed in zijn. Dat zie je ook bij ons terug.”

Foodtrends
In de fabriek aan de Oude Rijksweg in Rouveen worden tussen de 400 en 500 soorten kaas gemaakt. Van groene kaas tot zwarte kaas en van guacamolekaas tot verse kruidenkaas. “Rouveen Kaasspecialiteiten probeert niet om de markt te bedienen, maar juist markt te creëren. We spelen in op trends, guacamole is natuurlijk een trend. In Japan had je de black food trend. Alles moest zwart zijn. Zwarte broodjes, zwarte hamburgers, waarom geen zwarte kaas? Daar spelen wij op in”, legt Hokse uit.

Deze producten worden voornamelijk gemaakt met melk uit de regio. Hokse vertelt dat de 150 miljoen liter gangbare melk die jaarlijks verwerkt wordt, bij boeren in een straal van 25 km rond Rouveen vandaan komt. “We hebben natuurlijk 31 soorten melk. Voor de andere soorten gaan we iets meer naar het noorden. In de omgeving van Rouveen zitten iets minder veehouders die zich concentreren op biologische melk. Deze melkstromen halen we voornamelijk bij boeren uit Drenthe en Friesland.”

In 2015 heeft de overheid het melkquotum afgeschaft. Dit betekent dat er geen maximum meer zit aan het aantal liters melk die boeren mogen produceren. Om een melkoverschot te voorkomen bedachten ze bij Rouveen Kaasspecialiteiten een systeem.

“Wij hadden in 2013 een A-B systeem. Dit houdt in dat A-melk de melk is die de boer normaal gezien levert. Lever je bijvoorbeeld 20% meer? Dan noemen we die 20% B-melk. Voor deze melk krijgt de boer een lagere prijs.” Dit systeem stopte toen de overheid het fosfaatrechtensysteem invoerde.

Rouveen Kaasspecialiteiten wil de uitbreiding van haar boeren niet in de weg zitten en heeft daarom het A-B systeem afgeschaft. “Boeren kunnen niet ongelimiteerd groeien binnen dit fosfaatrechtensysteem. Als een veehouder zegt dat hij wil groeien en extra fosfaatrechten koopt, en dit binnen de wettelijke kaders en milieuvergunningen kan, houden wij ze niet tegen. We hebben nu te maken met het fosfaatrechtensysteem en dan is een ander systeem daar overheen overbodig.”

Fosfaat zit in de mest van koeien en de uitstoot hiervan kan schadelijk zijn voor het milieu. Elke boer heeft fosfaatrechten gekregen over het aantal koeien dat op 2 juli 2015 in zijn stal staat. Wil een boer uitbreiden, dan moet hij betalen om meer fosfaatrechten te kopen.

Milieu
Duurzaamheid staat hoog in het vaandel binnen Rouveen Kaasspecialiteiten. “Duurzaamheid staat in onze visie, samen met medewerkers. Die dingen vind ik heel belangrijk. We proberen duurzaamheid uit het containerbegrip te halen en hebben het in drie onderdelen verdeeld. Duurzaamheid bij de veehouders, productielocatie en bij de medewerkers. In 2011 zijn we begonnen met duurzaamheid bij de veehouders. Ik ben er erg blij mee dat 100% van onze veehouders meedoet aan dit programma. Hier belonen we ze voor. Er is zelfs een aftrek voor boeren die niet meedoen, maar dat is dus niet meer nodig. Daarnaast doet 95% van onze veehouders aan weidegang”, vertelt Hokse trots.

Ook aan de biodiversiteit wordt gedacht door de Rouveense coöperatie. “Twee jaar geleden hebben al onze boeren vogelnestkastjes gekregen. Dit zijn kleine dingen die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Een aantal van onze veehouders doet enorm veel aan weidevogel-beheer. Één boer heeft zelfs tien extra nestkastjes besteld en heeft inmiddels 120 vogels in de kastjes. Rouveen-boeren zijn ambassadeurs van het weidelandschap.”

Na de duurzaamheid bij de veehouders, komt de productielocatie. Elk jaar is er controle op duurzaamheid. “Als er iets beter kan op het gebied van bijvoorbeeld warmteterugwinning, mag dat uitgevoerd worden. De laatste vijf jaar hebben ze geen verbeterpunten gevonden.”

Het derde onderdeel is duurzaamheid onder het personeel. Rouveen Kaasspecialiteiten is één van de eerste bedrijven die meedoen aan een pilot van het ministerie over duurzame inzetbaarheid. “We hebben veel aandacht voor het thema ‘samen gezond, samen sociaal, samen werken’. We hebben hier een lifestylecoach waar ons personeel onder werktijd terecht kan voor allerlei zaken, ook niet werk-gerelateerd. In ons productieprogramma hebben we alle drie de factoren aan elkaar gekoppeld en dat maakt dit een stabiel duurzaamheidsprogramma.”

“Voor de bewustwording hebben we onze boeren afgelopen jaar een insectenhotel gegeven. De Nederlandse boer wil goed zijn voor de natuur. Begin met nestkastjes en insectenhotels. Al onze boeren doen mee met het duurzaamheidsprogramma, als dank daarvoor een zakje met zaden voor éénjarige akkerbloemen. Strooi dat, vinden de bijen fantastisch. Zo moet je gewoon beginnen. “