De toekomst van zuivel: nieuwe melkstromen en nóg meer regels

Met vele ontwikkeling op het gebied van milieu, voeding en gezondheid zou je denken dat er de afgelopen 20 jaar behoorlijk veel veranderd is in de zuivelsector. De wensen van de consument veranderen en hier spelen zuivelfabrikanten op in. Hoe doen fabrikanten dit en welke eisen stellen zij hiervoor aan melkveehouders?  Hoe gaan boeren hier mee om?

Consumentenwensen
Jaap Bloot is zuivelmanager bij Spar Nederland en kan alles vertellen over de wensen van de consument. Hij vertelt dat de grootste verandering die van volume naar toegevoegde waarde is. “Er worden minder literpakken melk verkocht, maar bijvoorbeeld meer duurdere producten met proteïne. Daarnaast zien we steeds meer gemaksverpakkingen en groeit het on-the-go segment”, legt Bloot uit.

“Het verwensegment is de afgelopen jaren enorm gegroeid”, vertelt voedingsexpert bij het Voedingscentrum Astrid Postma-Smeets. Daarnaast legt ze uit dat het zuivelschap aan zowel de gezonde als aan de ongezonde kant gegroeid is. “Vroeger had je alleen chocoladevla en straciatella. Nu zijn er tig soorten toetjes om uit te kiezen.”

FrieslandCampina voorzitter Frans Keurentjes vergelijkt deze groei aan diversiteit met het bierschap. “Tien jaar geleden was er een stuk minder keus. Nu zie je ontzettend veel verschillende bieren. En voegt dat wat toe? Blijkbaar. Zo is het ook met melkstromen en zuivelproducten.”

Een bedrijf dat zich onderscheidt van de rest van de markt is Rouveen Kaasspecialiteiten. Rouveen Kaasspecialiteiten richt zich, zoals de naam al doet vermoeden, op specialiteitenkaas. Denk hierbij onder andere aan guacamolekaas en zwarte kaas. Managementassistente Grietje Krol legt uit dat er de afgelopen jaren veel nieuwe kaassoorten bijgekomen zijn. “We produceren heel veel nieuwe kaassoorten waar we twintig jaar geleden nog nooit van gehoord hadden. Dit komt doordat klanten naar nieuwe ontwikkelingen vragen en er technisch ook steeds meer mogelijk is. Onze expertise is inmiddels wijd en zijd bekend.”

Biologische melk

Van alle bijna 17.000 melkveebedrijven in Nederland is ongeveer 3,5% biologisch. Dit aandeel was in 2011 nog 2% en is de afgelopen jaren dus licht gestegen. Zuivelmanager Bloot vindt dat niet raar. Volgens hem is zuivel dé instapcategorie om biologisch te gaan consumeren. “Over het algemeen probeert de consument eerst biologische zuivel om daarna zijn spectrum uit te breiden naar andere categorieën. Biologische zuivel groeit ieder jaar en daardoor zijn de prijzen dichter bij traditionele zuivel komen te liggen. In een dalende zuivelmarkt zie ik een groei in het biologische segment”, concludeert hij.

Naast biologische melk komen ook plantaardige zuivelvervangers meer in beeld. Plantaardige zuivel kent verschillende voordelen. Zo is het volgens het Voedingscentrum beter voor het milieu. De productie van voedsel goed voor ongeveer 30% van de totale broeikasuitstoot. Meer dan de helft hiervan is het gevolg van zuivel- en vleesproductie.

Jaap Bloot ziet dat er in winkels steeds meer ruimte wordt gegeven aan zuivelvervangers. “Toch blijft de verkoop hiervan achter. De voornaamste reden is dat zuivelvervangers niet lekker zijn en een andere smaakbeleving hebben.”

Een ander nadeel is volgens Astrid Postma-Smeets dat je niet zomaar al je zuivelconsumptie kunt vervangen voor plantaardige vervangers. “Dierlijke zuivel levert veel voedingsstoffen zoals calcium en B12. Als je je calcium uit andere producten moet halen, is het veel moeilijker om aan je dagelijkse hoeveelheid te komen. Een reden dat mensen plantaardige zuivel consumeren is dat ze denken dat het gezonder is, maar dat klopt niet. Het is aangetoond dat het niet gezonder is dan dierlijke zuivel.”

“Jonge kinderen die veel melk drinken, hebben vaker een laag ijzergehalte in hun lichaam”

“Volwassenen eten nu ongeveer 350 gram zuivel per dag. Dat is een kleine afname ten opzichte van 20 jaar geleden. Het gaat dus niet de goede kant op. Wanneer je aan de dagelijkse dosis zuivel voldoet, loop je een lagere kans op diabetes type 2 en bepaalde vormen van dikkedarmkanker”, verklaart Postma-Smeets. En hoewel te weinig zuivel niet goed is, is volgens Postma-Smeets teveel zuivel ook niet wenselijk. Kinderen tot 3 jaar consumeren gemiddeld meer dan de dagelijkse aanbevolen 2 bekers melk en ook dit heeft vaak negatieve gevolgen. “Jonge kinderen die veel melk drinken, hebben vaker een laag ijzergehalte in hun lichaam. Dit wordt veroorzaakt doordat de melk die ze drinken hun honger stilt en als gevolg hiervan eten ze minder vlees en groenten”, legt Postma-Smeets uit.

PlanetProof
Om de consument te helpen bij het maken van een milieubewuste keuze is door Stichting Milieukeur het onafhankelijke ‘On the way to PlanetProof’ keurmerk in het leven geroepen. ‘On the way to PlanetProof’-gecertificeerde melk is afkomstig van melkveehouders die bovengemiddeld scoren op het gebied van natuur, klimaat en dierenwelzijn. Melkveehouders die meedoen aan de PlanetProof-zuivellijn, ontvangen een meerprijs voor hun melk. Frans Keurentjes vertelt dat PlanetProof tussen gangbare melk en biologische melk in zit. “Toch is het niet zo dat biologische boeren ook aan PlanetProof mee kunnen doen. Op het gebied van broeikasuitstoot en klimaat scoren biologische boeren bijvoorbeeld vaak slechter.”

Een andere eis om aan de PlanetProof-certificering te kunnen voldoen is dat de melkveehouder de koeien in de wei heeft staan. Toch is dit volgens Keurentjes niet altijd beter voor de koe. “Weidegang is voor een koe helemaal niet beter of slechter. De wei is voor koeien een natuurlijke omgeving en dat ziet de consument graag. Hier spelen we op in door weidegang te stimuleren, terwijl we weten dat het binnen in een moderne stal voor koeien net zo goed is als buiten. Een koe is een gewoontedier en wil voorspelbaarheid en zekerheid. Binnen in een geconditioneerde omgeving waar de koe de ruimte heeft om zich vrij te bewegen, is het voor die koe net zo goed als buiten.”

“In Nederland vinden we het belangrijk dat koeien buiten lopen. Hier hebben we een beeldmerk van gemaakt met molens, klompen en koeien. Dit verkopen we in China en daar vinden ze het geweldig”

Toch is weidegang jarenlang onderwerp van discussie geweest. “Waarom is weidegang zo teruggelopen in de afgelopen twintig jaar? Omdat technische ontwikkelingen zo voortvarend zijn geweest dat het inderdaad ook logisch was om je koeien binnen te houden. Buiten Nederland gaan alle koeien naar binnen, over de hele wereld. Maar in Nederland vinden we het belangrijk dat ze buiten lopen. Daarnaast hebben we er ook een soort beeldmerk van gemaakt met molens, klompen en koeien in de wei. En dat verkopen we in China en daar vindt de consument dat geweldig”, ligt Keurentjes toe.

Omdat weidegang voor een koe geen verschil maakt, ziet PlanetProof melk er volgens Keurentjes onder de microscoop hetzelfde uit als andere melkstromen. “Er is nul verschil. Nul. Dat geldt voor alle biologische producten. Dat geldt ook voor PlanetProof melk. We doen wel smaaktesten, maar er zit nul verschil in. Toch betalen mensen een dubbeltje meer. En waarom? Omdat die melk op een andere manier geproduceerd is. De manier waarop er met het land wordt omgegaan. Die houderij is anders. Het leidt nog steeds tot exact dezelfde melk maar de consument is bereid om daar tien cent meer voor te betalen.”

Melkveehouder Jos Kuijpers uit Kallenkote is melkveehouder en levert aan FrieslandCampina. Hij scoort goed op het gebied van natuur, klimaat en dierenwelzijn. Toch kan hij niet meedoen aan de PlanetProof zuivellijn omdat zijn koeien niet in de wei staan.

Bekijk hieronder de video met Jos Kuijpers. De tekst gaat verder onder de video

Quotering
Om de totale hoeveelheid melk en milieuschade binnen de perken te houden wordt in 1984 het melkquotum ingevoerd. Elk land binnen de Europese Unie heeft in de jaren die daarop volgen een quotum en mag niet meer melk produceren dan dit quotum. Op 1 april 2015, onder melkveehouders ook wel Bevrijdingsdag genoemd, wordt het melkquotum afgeschaft. Omdat boeren na deze datum veel meer melk zijn gaan produceren, zorgt het afschaffen van het quotum bij Nederlands grootste zuivelverwerker FrieslandCampina voor verwerkingsproblemen. Ondanks dat FrieslandCampina in de jaren voor de afschaffing van het quotum enquêtes heeft uitgezet onder de aangesloten melkveehouders over hun groeiplannen voor de komende jaren, stijgt de melkproductie ver boven verwachting.

“De resultaten van de enquêtes wezen uit dat de melkveehouders een stijging van 25% verwachtten in de eerste 5 jaar na het afschaffen van het melkquotum”, legt Frans Keurentjes uit. “Tussen 2010 en 2015 steeg de productie jaarlijks met 1,5%. Toen in 2015 het quotum eraf ging, steeg de melkproductie snel en in bepaalde periodes soms wel met 10-20% in een maand of kwartaal”, vervolgt Keurentjes.

Om al deze melk te kunnen verwerken worden de fabrieken van FrieslandCampina overvol gezet. Keurentjes vertelt over het stappenplan dat daarop volgt. “De volgende stap is om de melk te verkopen aan andere verwerkers. Stap 3 is om de melk weg te geven en de laatste stap is om de melk weg te gooien. Die laatste stap is gelukkig nog nooit bereikt.”

Fosfaatrechten
Niet lang nadat het melkquotum wordt afgeschaft, gaat een nieuw systeem waarmee boeren mogelijk beperkt worden van start: het fosfaatrechtensysteem. Deze milieumaatregel is bedacht omdat de Europese Commissie een fosfaatplafond heeft opgelegd aan Nederland. Fosfaat zit in de mest van koeien en de uitstoot hiervan is schadelijk voor het milieu. Elke boer heeft fosfaatrechten gekregen over het aantal koeien dat op 2 juli 2015 in zijn stal staat. Wil een melkveehouder uitbreiden, dan moet deze extra fosfaatrechten kopen van andere melkveehouders.

René van Buitenen, woordvoerder bij de NZO (Nederlandse Zuivel Organisatie, red.) legt uit dat er in de hele zuivelsector beperkte groeimogelijkheden zijn. “In Nederland is een fosfaatplafond. Daarmee zegt de Europese Commissie dat we in Nederland zoveel fosfaat mogen produceren. Dit staat gelijk aan een x-aantal koeien. De sector is dus begrensd en alleen individuele melkveehouders kunnen groeien. De enige manier waarop dit kan is door nieuwe fosfaatrechten over te kopen van andere melkveehouders.“

“Toen in 1984 het melkquotum kwam, had hij een grote stal, maar geen koeien. Dezelfde fout wilde ik niet maken”

Melkveehouder Menno Jochemsen uit Dalfsen vergelijkt het invoeren van fosfaatrechtensysteem met het invoeren van het melkquotum. “Toen ik 11 was, heeft mijn vader een stal gezet waar hij later in wilde groeien om een 2-mansbedrijf van de boerderij te maken. Toen in 1984 het melkquotum kwam, had hij een grote stal, maar geen koeien. Dezelfde fout wilde ik niet maken”, legt Jochemsen uit.

Stikstofcrisis
Omdat stikstof, naast fosfaat, een groot probleem is in Nederland, bedacht Nederland in 2015 het Pas, het Programma Aanpak Stikstof. In mei 2019 zet de Raad van State een streep door het Pas. Nederland zou niet genoeg doen om de stikstof terug te dringen.

Dit heeft gevolgen voor projecten die in de buurt van Natura 2000 gebieden liggen. Dit zijn 160 beschermde natuurgebieden die door het hele land liggen. Deze natuurgebieden zijn beschermd om het verlies aan soorten planten en dieren tegen te gaan. Toch hoeft een weiland met koeien niet naast een Natura 2000 gebied te liggen om een negatieve invloed hierop te hebben. Stikstof kan volgens het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, tot wel tientallen kilometers verderop neerslaan.

Het kabinet heeft plannen om boeren rond deze kwetsbare natuurgebieden uit te kopen. Toch blijkt uit onderzoek van Wageningen Environmental Research, dat in opdracht van het Wereld Natuur Fonds is uitgevoerd, dat deze maatregel niet voldoende zal zijn om de stikstofuitstoot ver genoeg terug te dringen. Uit ditzelfde rapport blijkt dat wanneer we in Nederland naar een stikstofreductie van 50% toe willen, ongeveer 75% van de melkveestallen aangepast moet worden. “Dit vereist forse investeringen waarvan de kosten, al dan niet ondersteun door subsidies, niet direct worden terugbetaald in andere voordelen dan emissiereductie”, aldus de onderzoekers.

Om de stikstofuitstoot van zijn koeien tegen te gaan, heeft Jochemsen 17 hectare grasland laten doorzaaien met klaver. “Het is de bedoeling dat de klaver volgend jaar opkomt. Het heeft als voordelen dat het minder droogtegevoelig is, maar ook dat het stikstof uit de lucht kan binden.”

Uiteraard is de agrarische sector niet de enige die stikstof uitstoot. Ook auto’s, de industrie en bouwwerkzaamheden zorgen voor een hoge uitstoot in Nederland.

Diermedicatie
Veranderingen op de zuivelmarkt zijn niet alleen zichtbaar in de vorm van milieumaatregelen of nieuwe zuivelsmaken. Voor melkveehouder Menno Jochemsen zit de verandering voornamelijk in de vergrote tijd die hij kwijt is aan administratieve zaken. “Alle antibiotica en diergeneesmiddelen moeten worden bijgehouden en ook vanuit de melkfabriek is er een enorme hoeveelheid zaken die moet worden bijgehouden. Vroeger mocht je alle koeien met antibiotica droogzetten. Tegenwoordig mag dat niet meer want dan zou je preventief geneesmiddelen gebruiken.”

Een koe droogzetten betekent dat zij een bepaalde periode geen melk produceert. Bij koeien is de droogstand tussen melk geven en opnieuw afkalven een periode van zes weken. Je kunt het zien als een zwangerschapsverlof. In deze periode bereiden de koe en haar uier zich voor op haar volgende lactatie (melkafscheiding).

Ook wordt alle medicatie bijgehouden door de dierenarts. “De dierenarts monitort dat ik niet meer geneesmiddelen gebruik dan toegestaan. Vroeger kon je medicijnen bij wijze van spreken per pallet ophalen, maar tegenwoordig moet alles verantwoord worden. KoeKompas is het systeem van de dierenarts. Dit systeem wordt alleen bij Leerdammer en Beemsterkaas gebruikt. Dit systeem laat zien waar mijn sterke en zwakke punten liggen”, vertelt Jochemsen. Er wordt gemonitord op het gebied van melken, voeding & water, huisvesting, dierwelzijn, werkroutines, dierziekte-incidentie en jonvee-opfok.

“KoeKompas komt bij de wens van de consument vandaan. Wat ook bij de consument vandaan komt is het KalfOk-systeem. Je moet aantonen dat je kalversterfte laag is. Dit is naar aanleiding van het verhaal in Australië waar veel kalfjes geëuthanaseerd werden”, legt Jochemsen uit terwijl hij door één van de vele systemen die door melkveehouders bijgehouden moeten worden, scrolt.